ECLI:NL:CRVB:2005:AU0063
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Bevestiging matigingsbeleid premies werknemersverzekeringen en redelijke termijn overschreden
Appellante, een in Polen gevestigde luchtvaartmaatschappij met een Nederlandse nevenvestiging, maakte bezwaar tegen de premieheffing over de jaren 1991 tot en met 1995 voor haar in Nederland werkzame Poolse werknemers. De rechtbank oordeelde dat de werknemers onder de Nederlandse werknemersverzekeringswetten vielen, vernietigde het bezwaarbesluit en bepaalde dat gedaagde een nieuw besluit moest nemen met toepassing van het matigingsbeleid.
Het matigingsbeleid houdt in dat bij een besluit op bezwaar tussen één en anderhalf jaar na indiening van het bezwaar 10% van de premie wordt kwijtgescholden, en bij een latere beslissing de gehele premie. Gedaagde matigde de premie met 10%, hetgeen door de rechtbank werd bevestigd. Appellante stelde in hoger beroep dat het matigingsbeleid onjuist was toegepast omdat de totale voorbereidingstijd langer dan anderhalf jaar was.
De Raad verwierp dit standpunt, omdat de tekst en toelichting van het matigingsbeleid geen grond bieden voor een cumulatieve berekening van de termijnen. Daarnaast oordeelde de Raad dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden gezien het lange tijdsverloop van bijna negen jaar. De bestuurlijke overschrijding was gecompenseerd door de matiging, en voor het rechterlijk deel verwees de Raad naar eerdere uitspraken, waarbij appellant zich tot de burgerlijke rechter kan wenden.
De Raad bevestigde de bestreden uitspraak en zag geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het matigingsbeleid en oordeelt dat de redelijke termijn is overschreden zonder verdere compensatie.