ECLI:NL:CRVB:2005:AU0030
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Vernietiging van WAO-besluiten wegens onzorgvuldige voorbereiding en motiveringsgebreken, rechtsgevolgen blijven in stand
Appellant, laatst werkzaam als projectleider, kampte met hart- en psychische klachten en ontving een WAO-uitkering die meerdere malen werd herzien. Na een ziekmelding in september 2002 weigerde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) de uitkering te verhogen, omdat appellant medisch gezien niet meer beperkt zou zijn dan eerder vastgesteld.
De rechtbanken verklaarden de beroepen van appellant ongegrond, waarbij zij oordeelden dat de gehanteerde beoordelingssystemen en functies passend waren. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die oordeelde dat de voorbereiding en motivering van de besluiten niet deugden en vernietigde deze besluiten op grond van strijd met de Algemene wet bestuursrecht.
Desondanks liet de Raad de rechtsgevolgen van de besluiten in stand, omdat het oordeel over de mate van arbeidsongeschiktheid niet werd betwijfeld. Verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen. De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: De bestreden WAO-besluiten worden vernietigd wegens onzorgvuldige voorbereiding en motiveringsgebreken, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.