ECLI:NL:CRVB:2005:AU0014
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering onterecht wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheidsonderzoek
Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering, omdat volgens hem zijn arbeidsongeschiktheid volledig was. De rechtbank Amsterdam had het bezwaar ongegrond verklaard, waarbij was uitgegaan van een belastbaarheid van 38 uur per week. In hoger beroep stelde appellant dat hij psychisch volledig arbeidsongeschikt was, gesteund door een rapport van een zenuwarts.
De Centrale Raad van Beroep besloot het onderzoek te heropenen en benoemde een onafhankelijke psychiater die concludeerde dat appellant een dysthyme stoornis heeft met een beperkte belastbaarheid van zes uur per dag. Een arbeidsdeskundige bevestigde dat deeltijdfuncties passend waren, wat leidde tot een herbeoordeling van de verdiencapaciteit en een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse.
De Raad oordeelde dat het oorspronkelijke besluit niet in stand kon blijven, vernietigde het en bepaalde dat een nieuw besluit genomen moet worden rekening houdend met de bevindingen van de onafhankelijke deskundige. Tevens werden proceskosten en wettelijke rente toegekend aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het Uwv moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met het onafhankelijke deskundigenonderzoek.