ECLI:NL:CRVB:2005:AU0013
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-dagloon en toeslagen in hoger beroep
De zaak betreft het hoger beroep van de erfgenamen van betrokkene tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) over de herziening van het WAO-dagloon. Betrokkene had verzocht om verhoging van het dagloon met inachtneming van diverse toeslagen, waaronder pensionkostentoeslag, reiskostenvergoeding voor een jaarlijkse vakantiereis naar het land van herkomst, zes extra reisdagen en extra vakantiedagen.
De rechtbank had het bezwaar tegen het besluit van het UWV deels gegrond verklaard en het dagloon verhoogd met een hogere reiskostenvergoeding. De Raad overweegt dat het besluit van 7 december 1993, waarbij het dagloon werd vastgesteld, in rechte onaantastbaar is geworden omdat er geen rechtsmiddel tegen is ingesteld. Het verzoek om terug te komen op dit besluit betreft een bevoegdheid van het UWV die slechts terughoudend door de rechter kan worden getoetst.
De Raad concludeert dat de zes extra reisdagen en extra vakantiedagen geen loonbestanddeel vormen en dat de dubbele betaling van de reiskostenvergoeding in het refertejaar niet tot een hogere dagloonvaststelling kan leiden. Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van 2 augustus 2004 wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het besluit tot vaststelling van het WAO-dagloon wordt bevestigd.