ECLI:NL:CRVB:2005:AT9987
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling privaatrechtelijke dienstbetrekking en boetetoepassing in sociale verzekeringszaak
In deze zaak heeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem, waarin werd geoordeeld dat er geen sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen gedaagde en betrokkene. Betrokkene verrichtte projectmatige tekenwerkzaamheden voor gedaagde, zelfstandig en zonder direct toezicht, wat door de rechtbank werd gezien als geen aanwijzing voor werkgeversgezag.
Het geschil betrof ook de toepassing van boetes door het UWV over de jaren 2000 en 2001, waarbij het UWV recidive aanvoerde voor een boeteverhoging. De rechtbank had dit verworpen omdat de overtredingen niet als recidive konden worden aangemerkt volgens het Boetebesluit werkgevers CSV.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank dat geen sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking, omdat betrokkene zelfstandig werkte en geen gezagsrelatie bestond. Tevens oordeelt de Raad dat de beleidsregel van het UWV die recidive aanneemt bij meerdere overtredingen in achtereenvolgende jaren niet in overeenstemming is met het Boetebesluit, waardoor de boeteverhoging onterecht is.
Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Daarnaast worden proceskosten aan het UWV opgelegd en een recht geheven.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.