ECLI:NL:CRVB:2005:AT9979
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van niet-terugwerkende kracht bij toekenning bijstandsuitkering
Appellanten hadden een bijstandsuitkering die met ingang van 10 april 2002 werd ingetrokken wegens het niet tijdig overleggen van noodzakelijke bankafschriften. Na bezwaar bleef de intrekking gehandhaafd. Op 16 oktober 2002 meldden zij zich opnieuw bij het CWI en werd bijstand toegekend vanaf die datum, niet met terugwerkende kracht.
Het geschil betrof de vraag of de bijstand met terugwerkende kracht vanaf 10 april 2002 had moeten worden toegekend. De Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak bijstand in beginsel niet over een periode voorafgaand aan de meldingsdatum wordt verleend, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
De Raad oordeelde dat het later alsnog verstrekken van de ontbrekende gegevens geen bijzondere omstandigheid vormt om de ingangsdatum te vervroegen. Tevens was appellant erop gewezen dat hij een nieuwe aanvraag kon doen, wat pas op 16 oktober 2002 gebeurde. De Raad bevestigde daarom het besluit dat de bijstand ingaat op 16 oktober 2002 en wees het beroep af.
Uitkomst: De ingangsdatum van de bijstandsuitkering blijft 16 oktober 2002 en wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.