ECLI:NL:CRVB:2005:AT9978
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eervol ontslag wegens vertrouwensbreuk bij ambtenaar
Appellante was vanaf 1 januari 2000 tijdelijk in dienst met een proeftijd van twee jaar, waarbij zij later wijziging van haar arbeidsvoorwaarden wenste. Op 31 december 1999 vond een onderhoud plaats over deze voorwaarden, waarna op 4 januari 2000 een brief werd gestuurd met gewijzigde voorwaarden. Appellante stemde hier niet mee in en gaf op 13 januari 2000 aan niet akkoord te gaan met de gewijzigde voorwaarden.
De Minister van Justitie verleende daarop op 20 januari 2000 eervol ontslag aan appellante, onder de veronderstelling dat zij daarom had verzocht. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard, maar later vernietigd door de rechtbank, die oordeelde dat een rechtsgeldige aanstelling was tot stand gekomen en dat appellante niet om ontslag had verzocht.
De Minister nam vervolgens op 26 maart 2003 een nieuw besluit waarin het bezwaar van appellante werd gegrond verklaard, maar haar alsnog eervol ontslag werd verleend wegens het ontbreken van een vertrouwensbasis voor een goede en volledige functievervulling. De Raad oordeelt dat de Minister zich op het standpunt van vertrouwensbreuk mocht stellen en dat het ontslag terecht was, waardoor het hoger beroep van appellante wordt verworpen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het eervol ontslag van appellante wegens vertrouwensbreuk wordt bevestigd.