ECLI:NL:CRVB:2005:AT9973

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 juli 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/7147 NABW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 22 BeroepswetArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet tijdig betalen griffierecht ongegrond verklaard

Opposant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 29 maart 2005, waarin zijn hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het griffierecht van €102 niet binnen de gestelde termijn van vier weken was betaald. Opposant stelde ter zitting dat hij het griffierecht niet kon betalen binnen de termijn, maar heeft dit niet nader onderbouwd en heeft ook geen uitstelverzoek ingediend.

De Raad oordeelt dat er geen gegronde reden is om het verzuim niet aan opposant toe te rekenen. Het niet tijdig betalen van het griffierecht leidt tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak bevestigt het belang van tijdige betaling van griffierechten en het tijdig aanvragen van uitstel om niet-ontvankelijkheid te voorkomen. De procedure is gevoerd tegen het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen, die zich niet heeft laten vertegenwoordigen.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet tijdige betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E U I T S P R A A K
04/7147 NABW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats], opposant,
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij uitspraak van de Raad van 29 maart 2005 is het door opposant ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 6 december 2004,
reg.nr. 04/597 WWB, niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft opposant een verzetschrift ingediend.
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van 28 juni 2005, waar opposant is verschenen. Geopposeerde heeft zich - zoals tevoren bericht - niet laten vertegenwoordigen.
II. MOTIVERING
De uitspraak van de Raad van 29 maart 2005 steunt kort samengevat hierop, dat het bij het instellen van het hoger beroep ingevolge artikel 22 van Pro de Beroepswet verschuldigde griffierecht van € 102,-- niet binnen de door de laatstelijk aangetekend verzonden brief van 7 februari 2005 gestelde termijn van vier weken is betaald en dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat opposant niet in verzuim is geweest.
In geding is de vraag of het hoger beroep van opposant terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
De Raad ziet geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan in zijn genoemde uitspraak gegeven.
In het verzetschrift en ter zitting is door opposant meegedeeld dat hij tijdens de gestelde termijn het verschuldigde griffierecht niet kon betalen.
De Raad ziet in deze - niet nader onderbouwde - stelling van opposant geen grond om te oordelen dat opposant het verzuim niet kan worden tegengeworpen.
Daarbij tekent de Raad aan dat opposant niet binnen de gestelde termijn aan de Raad om uitstel voor betaling van het verschuldigde griffierecht heeft verzocht.
Gelet op het vorenstaande bestaat er aanleiding het verzet met toepassing van artikel 8:55, vijfde lid, aanhef en onder b, van de Awb ongegrond te verklaren.
De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gewezen door mr. G.A.J. van den Hurk, in tegenwoordigheid van S.W.H. Peeters als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 19 juli 2005.
(get.) G.A.J. van den Hurk.
(get.) S.W.H. Peeters.
RB3006