ECLI:NL:CRVB:2005:AT9844
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en niet-ontvankelijkheid bezwaar door termijnoverschrijding
Appellant kreeg zijn Wajong-uitkering beëindigd omdat zijn arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op minder dan 25%. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, maar dit was te laat ingediend. Appellant voerde verscheidene omstandigheden aan, waaronder zijn verblijf in Marokko, psychische ziekte en verslaving, die de termijnoverschrijding zouden moeten verontschuldigen.
De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was omdat appellant geen adequate maatregelen had getroffen om zijn post te ontvangen en zijn belangen te behartigen. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Uit het dossier bleek dat appellant weliswaar psychische problemen had, maar dat er geen aanwijzingen waren dat hij volledig onbekwaam was om bezwaar te maken of hulp in te roepen.
De Raad concludeerde dat het niet tijdig indienen van het bezwaar voor risico van appellant kwam. De medische stukken en verklaringen van betrokkenen ondersteunden dit oordeel. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de beëindiging van de uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Wajong-uitkering en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.