ECLI:NL:CRVB:2005:AT9805
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht deelvissers en toetsing aan EG-Verdrag bevestigd door Centrale Raad van Beroep
Appellant, eigenaar van een garnalenvisserijbedrijf, maakte bezwaar tegen de vaststelling van verzekeringsplicht voor zijn deelvissers door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Na looncontrole en bezwaarprocedures oordeelde de rechtbank deels in het voordeel van appellant, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigde het standpunt van het Uwv.
De Raad overwoog dat de arbeidsverhouding van deelvissers onder artikel 4, lid 1, onder f, van de Ziektewet valt, waardoor zij verplicht verzekerd zijn, tenzij zij verzekerd zijn bij het Sociaal Fonds voor de Maatschapsvisserij (SFM). Appellant stelde dat deze regeling in strijd is met het Europese mededingingsrecht, maar de Raad verwierp dit op basis van vaste jurisprudentie dat lidstaten hun sociale zekerheidsstelsels mogen inrichten zonder strijd met het EG-Verdrag.
Verder oordeelde de Raad dat het exclusieve recht van het SFM geen misbruik van machtspositie inhoudt en dat de regeling een sociaal doel dient, gebaseerd op solidariteit. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen, mede omdat appellant en zijn bemanning sinds 1995 niet meer bij het SFM verzekerd waren. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het beroep van appellant af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verzekeringsplicht van deelvissers en wijst het beroep van appellant af.