ECLI:NL:CRVB:2005:AT9762
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn in WAO-zaak
Opposant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een WAO-zaak, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn van zes weken. Opposant kwam hiertegen in verzet en voerde aan dat hij alles in het werk had gesteld om tijdig te zijn en dat de termijnoverschrijding te wijten was aan nalatigheid van zijn toenmalige gemachtigde.
De Raad overwoog dat de beroepstermijn was verstreken omdat het beroepschrift pas na afloop van de termijn was ontvangen. De Raad wees erop dat de hoofdregel geldt dat degene die zich laat vertegenwoordigen door een gemachtigde verantwoordelijk blijft voor diens handelingen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigden.
Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak dat het hoger beroep niet-ontvankelijk was wegens termijnoverschrijding bleef in stand. De Raad benadrukte dat de belangenbehartiging door een gemachtigde geen grond is om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.