ECLI:NL:CRVB:2005:AT9730
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongeschiktheidsontslag ambtenaar Koninklijke Marine wegens onvoldoende gronden
Appellant was sinds 1980 werkzaam bij de Koninklijke Marine en vervulde een functie bij de directie Materieel. In 1998 ontving hij een nachtkijker van een leverancier, die hij ter technische beoordeling aan een concurrerende firma ter beschikking stelde. Dit leidde tot een intern onderzoek en uiteindelijk tot schorsing en ongeschiktheidsontslag.
De Raad overweegt dat de schorsing in het belang van de dienst voldoende was onderbouwd. Ten aanzien van het ontslag oordeelt de Raad dat het incident met de nachtkijker niet voldoende was om ongeschiktheid definitief vast te stellen. Appellant handelde in overleg met leidinggevenden en met het oog op technische evaluatie, zonder bewijs van onzorgvuldig of onethisch handelen.
Verder blijkt dat appellant onvoldoende verbeterkansen heeft gekregen en dat het ontslagbesluit in strijd is met het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie. De Raad vernietigt het ontslagbesluit en beveelt dat gedaagde een nieuw besluit neemt, met aandacht voor de door appellant gevraagde schadevergoeding. Tevens veroordeelt de Raad de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het ongeschiktheidsontslag van appellant wordt vernietigd en gedaagde dient een nieuw besluit te nemen.