ECLI:NL:CRVB:2005:AT9597
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bruikleenauto gelet op gemeentelijke zorgplicht en voorzieningenrangorde
Appellant verzocht om een bruikleenauto, welke door het College van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en deze uitspraak werd in hoger beroep bevestigd door de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) en de gemeentelijke verordening de zorgplicht van het gemeentebestuur zich beperkt tot het verlenen van de goedkoopste verantwoorde voorziening. De aanvrager moest met de toegekende voorziening in aanvaardbare mate kunnen deelnemen aan het leven in zijn directe woon- en leefomgeving. Bovenregionaal vervoer valt in principe niet onder deze zorgplicht, tenzij sprake is van essentieel bovenregionaal contact dat sociaal isolement voorkomt, hetgeen hier niet het geval was.
Medisch gezien was appellant niet aangewezen op een eigen of bruikleenauto voor verplaatsingen in de naaste omgeving. Hij kon reizen met een rolstoeltaxi, scootmobiel en handbewogen rolstoel. Tevens had hij sociale contacten en werd hij thuis bezocht door familie. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en zag geen aanleiding voor een andere beslissing of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag om een bruikleenauto wordt afgewezen omdat appellant met goedkopere voorzieningen adequaat kan deelnemen aan het dagelijks leven.