ECLI:NL:CRVB:2005:AT9551
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid functies bij herziening WAO-uitkering met psychische beperkingen
Gedaagde, maatschappelijk werker met een whiplash, ontving sinds 1994 een WAO-uitkering. Na herbeoordeling in 2000 stelde een verzekeringsarts fysieke en psychische beperkingen vast, waarna een arbeidsdeskundige zes functies selecteerde. Appellant trok de uitkering in 2000 in, maar na bezwaar werd deze deels herzien. Later werd de uitkering opnieuw ingetrokken vanwege een lagere mate van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het herzieningsbesluit gegrond en vernietigde het besluit, omdat onvoldoende was gemotiveerd waarom de geselecteerde functies ondanks psychische overschrijdingen passend waren. De Raad toetste of de rechtbank terecht oordeelde dat het besluit niet stand kon houden.
De Raad concludeerde dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en dat de bezwaarverzekeringsarts onvoldoende overtuigend had gemotiveerd waarom de functies passend waren ondanks overschrijdingen van psychische belastbaarheid, met name aspect 28H. Hierdoor berustte de beoordeling op minder dan drie geschikte functies, wat in strijd is met het Schattingsbesluit.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Appellant werd veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd vanwege onvoldoende onderbouwing van geschiktheid van functies.