ECLI:NL:CRVB:2005:AT9487
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet wegens niet tijdig betalen griffierecht
Opposant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen, maar betaalde het griffierecht niet binnen de gestelde termijn. De Raad verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Vervolgens diende opposant een verzetschrift in zonder motivering.
De Raad gaf opposant meerdere kansen om de verzetsgronden alsnog in te dienen, maar opposant liet deze termijnen ongebruikt voorbijgaan. Op grond hiervan oordeelde de Raad dat het verzet niet-ontvankelijk moest worden verklaard volgens artikel 8:55, vijfde lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad zag geen reden om opposant te veroordelen in de proceskosten en sprak het vonnis uit in aanwezigheid van de griffier. De uitspraak bevestigt het belang van tijdige betaling van griffierechten en het indienen van gemotiveerde verzetsgronden.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht en het ontbreken van verzetsgronden.