ECLI:NL:CRVB:2005:AT9469
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- B.M. van Dun
- B.I. Klaassens
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos niet gerechtvaardigd
Gedaagde was per 19 juni 2000 in dienst getreden bij Taxigroep Noord Holland B.V. en kreeg op 19 mei 2001 een woordenwisseling met een centralist over de toewijzing van een busje voor haar dienst. De werkgever stelde dat gedaagde de centralist met een voorwerp uit de keukenlade had bedreigd, wat leidde tot het niet verlengen van haar contract.
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, weigerde daarop een WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos zijn. De rechtbank stelde echter dat het besluit niet zorgvuldig was voorbereid omdat verklaringen van betrokkenen ontbraken. In hoger beroep stelde appellant dat voldoende onderzoek was gedaan.
De Raad oordeelde dat de bedreiging niet aannemelijk was en dat de stugge houding van gedaagde niet de reden was voor het niet verlengen van het contract. Daarom was de weigering van de WW-uitkering onterecht. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en appellant werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos zijn wordt vernietigd en de proceskosten worden aan gedaagde toegekend.