ECLI:NL:CRVB:2005:AT9371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit arbeidsongeschiktheid en geschiktheid voor aangepast werk bij longaandoening
Appellant, voormalig opperman in de bouw, meldde zich ziek wegens een recidief van asthma bronchiale. Een verzekeringsarts stelde vast dat appellant zich moest onthouden van zware lichamelijke inspanning en stoffige omgevingen. Op basis hiervan werden lichte functies geselecteerd, waaronder die van draadboommonteur.
Het UWV beëindigde de ziekengelduitkering per 2 juli 2002, waarna appellant bezwaar maakte. Een bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat appellant geschikt was voor het werk van kabelboommonteur, een lichte functie zonder schadelijke lijmdampen, mede gezien de milde aard van zijn long- en armklachten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad vond geen medische gronden om het besluit te herzien en oordeelde dat appellant geschikt was voor het laatstelijk verrichte werk. De Raad wees ook een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt bevestigd en appellant wordt geacht geschikt voor aangepast werk.