ECLI:NL:CRVB:2005:AT9338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag trippelstoel wegens niet voldoen aan mobiliteitscriteria Regeling Hulpmiddelen 1996
Appellante verzocht om verstrekking van een trippelstoel, een loophulpmiddel, maar haar aanvraag werd door gedaagde afgewezen op grond van artikel 26b, derde lid, van de Regeling Hulpmiddelen 1996. Dit besluit werd ook op bezwaar gehandhaafd en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij wel aanspraak had op de trippelstoel, onderbouwd met medische verklaringen van een ergotherapeut en een revalidatiearts. De Raad beoordeelde de zaak aan de hand van de Regeling, waarin is bepaald dat een trippelstoel alleen wordt verstrekt indien de verzekerde zich binnenshuis alleen zittend kan verplaatsen en geen bruikbare rolstoel heeft, of indien een looprek of rollator niet gebruikt kan worden vanwege een gestoorde hand- of armfunctie.
De Raad concludeerde dat appellante niet aan deze criteria voldoet. Uit medische adviezen, huisbezoeken en verklaringen bleek dat zij kleine afstanden kan lopen en over een bruikbare rolstoel beschikt. De aanvullende medische stukken van appellante gaven geen aanleiding tot een ander oordeel. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor een trippelstoel wordt afgewezen omdat appellant niet voldoet aan de criteria van de Regeling Hulpmiddelen 1996.