ECLI:NL:CRVB:2005:AT9332
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslag wegens onbekwaamheid; afwijzing voorlopige voorziening
Gedaagde is sinds 1974 werkzaam bij de politie, recentelijk bij de politieregio Zeeland. Na uitingen over het handhavingsbeleid en daaropvolgende ziekteverzuim, verleende de korpsbeheerder gedaagde ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken.
De rechtbank vernietigde het ontslagbesluit, stellende dat onvoldoende bewijs bestond voor het ontbreken van de vereiste persoonlijke eigenschappen, mede gelet op een psychiatrisch rapport dat overspanning aannemelijk maakte. Hiertegen stelde de korpsbeheerder hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om de werking van de uitspraak te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening niet was aangetoond. De gevolgen van onmiddellijke uitvoering van de uitspraak wegen niet zwaarder dan de wettelijke regeling die geen schorsende werking aan hoger beroep toekent. Het verzoek werd afgewezen en de korpsbeheerder werd veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en korpsbeheerder wordt veroordeeld in proceskosten.