ECLI:NL:CRVB:2005:AT9328
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake functietoewijzing en bevordering bij Defensie
Verzoeker, adjudant bij het Korps Mariniers, verzocht om plaatsing in de functie van instructeur CMP bij het Instituut Samenwerking Defensie en Relatieziekenhuizen (IDR) en bevordering tot luitenant ter zee tweede klasse (LTZ2). Deze verzoeken werden door gedaagde afgewezen en gehandhaafd na bezwaar. De voorzieningenrechter bevestigde de afwijzing van het beroep door de rechtbank, die oordeelde dat de functie van verzoeker niet 1-op-1 was overgegaan naar de nieuwe organisatie en dat de prioriteitstelling bij plaatsing niet onredelijk was.
Verzoeker stelde spoedeisend belang bij toewijzing van de functie vanwege zijn leeftijd. De voorzieningenrechter overwoog dat de beoordeling van de redelijkheid van de afwijzing eerst in de bodemprocedure kan plaatsvinden en dat er geen redelijke mate van waarschijnlijkheid bestaat dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep zal worden vernietigd.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de functie die in het reorganisatieplan was opgenomen een nieuwe functie betrof en niet de functie van verzoeker, en dat gedaagde bij toewijzing rekening mocht houden met de noodzaak van een goede taakvervulling en prioriteitstelling ten gunste van officieren. Er waren geen toezeggingen aan verzoeker gedaan die dit anders maakten. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tot toewijzing van de functie instructeur CMP en bevordering tot LTZ2 wordt afgewezen.