ECLI:NL:CRVB:2005:AT9165
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- C.P.M. van de Kerkhof
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Vaststelling premieloon na te laat overleggen loongegevens en correctie boetenota's
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) legde correctienota's en boetenota's op aan een werkgever wegens niet opgegeven loonbestanddelen over de jaren 1995-1999. De rechtbank verklaarde het bezwaar van het UWV deels gegrond en vernietigde het besluit, omdat het UWV voor alle afwashulpen het minimumloon voor volwassenen had berekend, terwijl een deel jonger was dan 22,5 jaar en dus het minimumjeugdloon van toepassing was.
Het UWV ging in hoger beroep tegen dit onderdeel van de uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV op basis van de beschikbare gegevens het loonbedrag voor 1998 mocht vaststellen en dit naar andere jaren mocht doorberekenen, mede omdat de werkgever onvoldoende en niet-verifieerbare gegevens had aangeleverd.
De Raad achtte de door het UWV gebruikte schattingsmethode en peildatum van 1 juli 1998 geoorloofd en vond dat het UWV voldoende gegevens had overgelegd om de berekeningen te onderbouwen. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van het UWV ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en het besluit tot correctie van premielonen blijft in stand.