ECLI:NL:CRVB:2005:AT9150
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid voor niet-betaalde premies bij inlening personeel door uitzendbureau
Appellante exploiteert een glastuinbouwbedrijf en maakte in 1998 en 1999 gebruik van werknemers van het uitzendbureau Allzend. Uit onderzoek bleek dat Allzend premies sociale verzekeringen niet had afgedragen. Gedaagde stelde appellante op grond van artikel 16a van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) hoofdelijk aansprakelijk voor deze premies.
De rechtbank oordeelde eerder dat appellante terecht aansprakelijk was gesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat er geen sprake was van inlening omdat de werknemers van Allzend niet onder haar leiding en toezicht zouden hebben gewerkt. De Raad overwoog echter dat aanwijzingen over werkzaamheden en de controle door appellante voldoende zijn om te spreken van leiding en toezicht.
De Raad baseerde zich op jurisprudentie en de feitelijke omstandigheden, zoals het afgesproken uurloon, facturering per uur, en de controle door appellante, waaronder het wegsturen van een uitzendkracht. De Raad concludeerde dat appellante niet heeft bewezen dat er geen inlening was en bevestigde de hoofdelijke aansprakelijkheid. Grieven over aanneming van werk werden buiten beschouwing gelaten omdat die niet binnen het bestreden besluit vielen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de hoofdelijke aansprakelijkheid van appellante voor de niet-betaalde premies sociale verzekeringen door uitzendbureau Allzend.