ECLI:NL:CRVB:2005:AT8814
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitbreiding werkzaamheden en WW-uitkering bij zelfstandige arbeid
Appellant, voormalig werknemer van het Centraal Orgaan Asielzoekers (COA), verrichtte naast zijn dienstverband zelfstandige werkzaamheden voor een cateringbedrijf en als medewerker van een dorpshuis. Na ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst ontving hij een WW-uitkering gebaseerd op een arbeidsurenverlies van 38 uur per week. Gedaagde stelde de uitkering bij vanwege een toename van de zelfstandige werkzaamheden boven het aantal vrijgelaten uren.
Appellant voerde aan dat de extra uren als vrijwilligerswerk of hand- en spandiensten moesten worden gezien, en dat hij zijn werkzaamheden later had teruggebracht tot het aantal vrijgelaten uren. De rechtbank wees het beroep af en ook de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad oordeelde dat de extra werkzaamheden economisch van aard zijn en gericht op het verkrijgen van een geldelijk voordeel, waardoor artikel 8, eerste lid, van de WW van toepassing is. De uitbreiding van de werkzaamheden na het ontstaan van de werkloosheid wordt gezien als uitbreiding van reeds bestaande zelfstandige arbeid. De vaststelling van het aantal vrijgelaten uren door gedaagde is in overeenstemming met de wet en het beleid.
De Raad zag geen reden om af te wijken van het beleid en wees het hoger beroep af. Het feit dat appellant later zijn werkzaamheden had verminderd, was niet relevant voor het bestreden besluit dat betrekking had op een eerdere periode. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanpassing van de WW-uitkering wordt bevestigd.