ECLI:NL:CRVB:2005:AT8584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen besluit beëindiging verplichte AOW-verzekering
Appellant, woonachtig in Marokko en geboren in 1939, was tot 1 januari 2000 verplicht verzekerd voor de AOW. Gedaagde stuurde op 15 mei 2000 een brief waarin werd medegedeeld dat appellant vanaf die datum niet meer verplicht verzekerd was en geen premies meer hoefde te betalen. Appellant ontving deze brief naar eigen zeggen niet en werd pas op 29 augustus 2002 geïnformeerd over het besluit.
De Raad oordeelt dat de brief van 15 mei 2000 een besluit in de zin van de Awb is, gericht op rechtsgevolg, en dat het besluit pas op 29 augustus 2002 bekend werd gemaakt. De daaropvolgende correspondentie van appellant werd aangemerkt als tijdig ingediend bezwaar en beroep. De rechtbank had het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep tegen het besluit van 22 oktober 2002 ongegrond en bepaalt dat het beroepschrift van appellant met betrekking tot vrijwillige AOW-verzekering naar de Sociale verzekeringsbank moet worden doorgezonden. Tevens wordt het betaalde recht van €111,- aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de verplichte AOW-verzekering wordt ongegrond verklaard.