ECLI:NL:CRVB:2005:AT8561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.J.A. Kooijman
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en verzwegen vermogen
Appellanten ontvingen sinds 1985 met onderbrekingen een bijstandsuitkering. In 2002 werd deze beëindigd omdat zij zouden beschikken over een vermogen hoger dan het vrij te laten bedrag. Appellanten betwistten dit, maar de rechtbank verklaarde hun beroep ongegrond. De Raad stelde echter vast dat niet was bewezen dat het vermogen in Turkije hoger was dan toegestaan, maar oordeelde dat de uitkering terecht was beëindigd vanwege schending van de inlichtingenverplichting.
In 2003 vroegen appellanten opnieuw bijstand aan, maar deze aanvraag werd afgewezen omdat zij onvoldoende duidelijkheid verschaften over hun vermogen en de herkomst daarvan. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak, omdat appellanten niet inzichtelijk maakten welke onroerende zaken zij bezaten en onduidelijkheid bleef bestaan over de eigendomsgegevens.
De Raad concludeert dat de aanvraag terecht werd afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld of appellanten in een bijstandsbehoevende situatie verkeerden. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de bijstandsuitkering wegens onvoldoende duidelijkheid over het vermogen van appellanten.