ECLI:NL:CRVB:2005:AT8533
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering bijzondere bijstand voor achterstallig tuinonderhoud
Appellante, een alleenstaande bijstandsgerechtigde, verzocht bijzondere bijstand voor de kosten van achterstallig tuinonderhoud. De gemeente wees dit verzoek af omdat tuinonderhoud als reguliere kosten wordt beschouwd en er geen sprake was van uitzonderlijke omstandigheden of dreigende huisuitzetting.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze afwijzing ongegrond, waarna appellante in hoger beroep ging. Zij stelde dat haar medische en psychische gesteldheid haar verhinderde zelf het onderhoud te verrichten en dat zij geen familie of kennissen had om dit kosteloos over te nemen, terwijl zij ook niet over de middelen beschikte voor professionele hulp.
De Raad overwoog dat de kosten van tuinonderhoud behoren tot de normale noodzakelijke kosten van het bestaan die uit het reguliere inkomen moeten worden voldaan, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. Er was geen bewijs van bovengemiddelde kosten of onmogelijkheid tot gespreide betaling. Ook was geen sprake van een plotselinge noodsituatie zoals een dreigende huisuitzetting.
De Raad concludeerde dat de aanvraag terecht was afgewezen en bevestigde het bestreden besluit. Nieuwe feiten die na het besluit waren ontstaan, konden niet leiden tot een ander oordeel. De Raad wees ook proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor achterstallig tuinonderhoud is terecht afgewezen en het bestreden besluit wordt bevestigd.