ECLI:NL:CRVB:2005:AT8512
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- T. Hoogenboom
- L.F.M. Verhey
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar uit tijdelijke dienst wegens ongeschiktheid en hoorplicht
Appellante werd ontslagen uit haar tijdelijke aanstelling bij het Ministerie van Defensie wegens ongeschiktheid en onbekwaamheid. Zij stelde bezwaar en beroep in tegen het ontslagbesluit, waarbij zij onder meer aanvoerde dat zij niet in de gelegenheid was gesteld te reageren op belastende verklaringen die buiten haar aanwezigheid waren afgelegd.
De Raad oordeelde dat de hoorplicht volgens de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 7:2 en 7:9 Awb) was geschonden omdat belastende verklaringen pas bij het besluit werden meegedeeld, zonder dat appellante hierover was gehoord. Daarom werd het besluit en de eerdere uitspraak vernietigd.
Desondanks onderzocht de Raad inhoudelijk het ontslagbesluit en concludeerde dat de gronden voor ontslag voldoende waren onderbouwd met concrete gedragingen van appellante die een onwerkbare situatie veroorzaakten. De Raad achtte het ontslagbesluit inhoudelijk rechtmatig en liet de rechtsgevolgen daarvan in stand.
De Raad veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante. Hiermee werd het beroep gegrond verklaard, maar het ontslagbesluit bleef effectief.
Uitkomst: Besluit tot ontslag vernietigd wegens schending hoorplicht, maar rechtsgevolgen van ontslag blijven in stand.