ECLI:NL:CRVB:2005:AT8380
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.J.A. Kooijman
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen buitenlands vermogen
Appellant en zijn echtgenote ontvingen bijstand op grond van de Algemene bijstandswet. Naar aanleiding van een melding van de Belastingdienst over bezit van onroerende zaken in Turkije, liet de gemeente Almelo onderzoek doen. Dit leidde tot een rapport dat stelde dat zij over vermogen beschikten boven de vrij te laten grens, waarop de bijstand werd ingetrokken en teruggevorderd.
Appellant voerde aan dat het vermogen niet boven de grens uitkwam en dat hij het bezit reeds had gemeld. De Raad oordeelde dat het rapport onvoldoende inzicht gaf in de waardebepaling van de onroerende zaken, waardoor niet exact kon worden vastgesteld of het vermogen de grens overschreed. Wel werd vastgesteld dat appellant en zijn echtgenote de inlichtingenplicht hadden geschonden door niet volledig te zijn geweest.
De Raad vernietigde het besluit tot handhaving van de bijstandsbeëindiging wegens gebrekkige motivering, maar bevestigde dat de intrekking en terugvordering terecht waren vanwege de schending van de inlichtingenplicht. De proceskosten werden aan de gemeente Almelo opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens het verzwegen bezit van onroerende zaken in Turkije worden bevestigd, ondanks onvoldoende bewijs voor exacte waardebepaling.