ECLI:NL:CRVB:2005:AT7833
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Stam
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsverhouding schoonzoon in snackbar en verplichte sociale verzekering
Appellante exploiteerde een snackbar waar haar schoonzoon van mei 2000 tot juni 2001 werkzaam was. De vraag was of deze werkzaamheden in een arbeidsverhouding vielen die verplichte verzekering onder sociale werknemersverzekeringswetten met zich meebracht.
De rechtbank oordeelde dat de schoonzoon geen vennoot was en dat aan alle vereisten voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking was voldaan. De familieband stond dit niet in de weg. Appellante voerde aan dat sprake was van gezamenlijk ondernemerschap en dat de familieverhouding de arbeidsrelatie beheerst zou hebben, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. Er was geen bewijs dat de schoonzoon medefirmant was of dat de arbeidsvoorwaarden wezenlijk afweken van die van een buitenstaander. De beloning en het gebruik van een auto waren niet ongebruikelijk. De Raad concludeerde dat de arbeidsverhouding een privaatrechtelijke dienstbetrekking was en dat de verplichte verzekering terecht werd toegepast.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de schoonzoon in een privaatrechtelijke dienstbetrekking werkte en dus verplicht verzekerd was.