ECLI:NL:CRVB:2005:AT7763
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening nabestaandenuitkering en boete wegens onjuiste informatie gezamenlijke huishouding
Appellante diende op 29 mei 1999 een aanvraag in voor een nabestaandenuitkering na het overlijden van haar echtgenoot, waarbij zij aangaf geen gezamenlijke huisvesting te voeren met anderen dan de overledene. Later bleek dat zij samenwoonde met haar verstandelijk gehandicapte broer, wat zij niet had vermeld. Gedaagde, de Sociale verzekeringsbank, herzag de uitkering met terugwerkende kracht en legde een boete op wegens het niet naar waarheid invullen van het aanvraagformulier.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij altijd aan haar inlichtingenverplichting had voldaan en dat de onjuiste invulling te wijten was aan onduidelijke vraagstelling en gebrek aan informatie van gedaagde. Tevens stelde zij dat de terugvordering onredelijke sociale en financiële consequenties had, mede omdat zij een persoonsgebonden budget misliep.
De Raad oordeelde dat appellante het verwijt kan worden gemaakt dat zij gedaagde niet tijdig informeerde over de gezamenlijke huishouding en dat gedaagde geen verwijt treft omdat er geen aanleiding was tot nader onderzoek bij de aanvraag. De Raad vond geen sprake van kennelijke onredelijkheid in de herziening met terugwerkende kracht. Ook was er geen dringende reden om van terugvordering af te zien, aangezien appellante het bedrag inmiddels had terugbetaald met behulp van het persoonsgebonden budget.
De Centrale Raad bevestigde daarmee het bestreden vonnis en de besluiten van gedaagde, waarmee de herziening van de uitkering en de boete gehandhaafd blijven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de nabestaandenuitkering en de boete wegens het niet naar waarheid invullen van het aanvraagformulier.