ECLI:NL:CRVB:2005:AT7667
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning gedeeltelijke WAO-uitkering ondanks vermoeidheidsklachten en bewegingsbeperkingen
Appellante viel uit wegens een voorstadium van borstkanker en onderging operatie en radiotherapie. Zij kreeg een gedeeltelijke WAO-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Appellante voerde aan dat haar vermoeidheidsklachten en bewegingsbeperkingen onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat de medische beperkingen voldoende waren vastgesteld en dat nader onderzoek niet nodig was. In hoger beroep bracht appellante een expertiserapport in dat beperkingen bevestigde, maar gedaagde en een onafhankelijke deskundige concludeerden dat zij geschikt was voor passend werk.
De Raad volgde de onafhankelijke deskundige die stelde dat de beperkingen niet onderschat waren en dat appellante in staat was tot de functies die waren gebruikt voor de schatting van haar arbeidsongeschiktheid. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot toekenning van een gedeeltelijke WAO-uitkering bevestigd.