ECLI:NL:CRVB:2005:AT7325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen werk als technisch commercieel medewerker
Appellant was sinds 1989 werkzaam als technisch commercieel medewerker en viel in 1994 uit wegens gezondheidsklachten. Na een periode van arbeidsongeschiktheid hervatte hij zijn werkzaamheden deels en werd hij uiteindelijk ontslagen eind 1999. Hij ontving een WAO-uitkering en later een WW-uitkering. Op 10 januari 2002 werd appellant hersteld verklaard en werd het recht op ziekengeld ingetrokken.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat hij niet meer in staat was zijn werk te verrichten vanwege hartklachten en vaatproblemen. Medische rapporten van verzekeringsartsen en specialisten concludeerden echter dat appellant binnen zijn beperkingen geschikt was voor zijn laatst verrichte arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat de maatstaf voor ongeschiktheid de laatst verrichte arbeid is, en dat de periode van werkloosheid niet lang genoeg was om deze maatstaf te wijzigen. De medische stukken ondersteunen dat appellant zijn functie als technisch commercieel medewerker kon vervullen. De aangevoerde bezwaren van appellant bevatten geen nieuwe medische feiten die tot een ander oordeel leiden.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellant geschikt is voor zijn eigen werk en weigert het recht op ziekengeld.