ECLI:NL:CRVB:2005:AT7306
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen gezamenlijke huishouding en inkomen ex-echtgenoot
Gedaagde ontving vanaf 1995 bijstand, welke vanaf 1996 onder de Algemene bijstandswet viel. Appellant stelde vast dat gedaagde vanaf mei 1996 een gezamenlijke huishouding voerde met haar ex-echtgenoot die vanaf december 1997 een inkomen boven de bijstandsnorm had. Hierdoor werd het recht op bijstand vanaf die datum herzien en ingetrokken en werd een terugvordering ingesteld.
De rechtbank vernietigde het terugvorderingsbesluit deels vanwege onduidelijkheden over de berekening en de wijze van invordering. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad dat gedaagde haar inlichtingenplicht had geschonden en dat de terugvordering terecht was, maar oordeelde dat appellant een nieuw besluit moest nemen over de invordering.
De Raad corrigeerde het terug te vorderen bedrag en wees erop dat geen dringende redenen waren om af te zien van terugvordering. Tevens werd bevestigd dat de brutering van het bedrag over 2001 terecht was toegepast. De uitspraak bevestigt het belang van correcte informatieverstrekking en een zorgvuldige invordering door het bestuursorgaan.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt gedeeltelijk de terugvordering en beveelt een nieuw besluit over de invordering.