ECLI:NL:CRVB:2005:AT7170
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid en geschiktheid geselecteerde functies
Appellant, voormalig intern controleur, viel in 1998 uit met psychische klachten en kreeg aanvankelijk geen WAO-uitkering toegekend omdat zijn arbeidsongeschiktheid niet als rechtstreeks gevolg van ziekte werd gezien. Na een latere toekenning van een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55-65%, verklaarde de rechtbank het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep betwistte appellant zijn belastbaarheid en stelde hij geheel niet meer in staat te zijn arbeid te verrichten. Hij voerde tegenstrijdigheden aan tussen het oordeel van de door de rechtbank ingeschakelde psychiater Van den Bosch en andere deskundigen. De Raad volgde echter het oordeel van Van den Bosch, die na eigen onderzoek en beoordeling van rapporten concludeerde dat appellant geschikt is voor de geselecteerde functies.
De Raad vond de toelichting op de functiebelasting en de beoordeling van de bezwaarverzekeringsarts Nasheed-Linssen voldoende gemotiveerd. Het mediaanloon van de geselecteerde functies leidde tot een verlies aan verdiencapaciteit van 63,88%, passend bij de arbeidsongeschiktheidsklasse 55-65%. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van een WAO-uitkering met 55-65% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.