ECLI:NL:CRVB:2005:AT7014
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij beëindiging tijdelijk dienstverband politieagent
De Korpsbeheerder van de politieregio Utrecht stelde een politieagent in tijdelijke dienst aan met een proeftijd die werd verlengd tot 16 mei 2003. Vervolgens werd het dienstverband beëindigd op grond van onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal. De rechtbank verklaarde het beroep van de politieagent gegrond, vernietigde het ontslagbesluit en beval een nieuw besluit te nemen.
De Korpsbeheerder gaf uitvoering aan deze uitspraak door het ontslagbesluit te herroepen en de tijdelijke aanstelling te verlengen, onder de voorwaarde dat dit besluit vervalt bij gegrondverklaring van het hoger beroep. De Korpsbeheerder verzocht vervolgens om een voorlopige voorziening om de werking van de uitspraak van de rechtbank te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang ontbrak omdat uitvoering was gegeven aan de uitspraak en de feitelijke plaatsing in de organisatie nog kon plaatsvinden. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd de Korpsbeheerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de politieagent.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.