ECLI:NL:CRVB:2005:AT7008
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C.F. Talman
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs blijvende invaliditeit
Eiser vroeg erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en toekenning van een uitkering op grond van gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog, waaronder tewerkstelling bij de Nederlandse Arbeidsdienst en de Duitse Dienstpost, arrestatie, gevangenschap en internering.
De Pensioen- en Uitkeringsraad erkende slechts twee gebeurtenissen als oorlogscalamiteiten: de arrestatie bij een razzia en betrokkenheid bij een treinbeschieting. Andere gebeurtenissen werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs of omdat zij niet als maatregelen van de vijandelijke bezetter konden worden aangemerkt. De Raad oordeelde dat de werkzaamheden bij de NAD en Duitse Dienstpost niet verplicht waren in de zin van de wet.
Medische adviezen wezen uit dat eiser geen blijvende invaliditeit heeft als gevolg van de erkende gebeurtenissen. De Raad vond geen aanleiding voor een psychiatrische expertise en verwierp het beroep van eiser. Wel werd verweerster veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van blijvende invaliditeit door erkende oorlogscalamiteiten.