ECLI:NL:CRVB:2005:AT6818
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet tijdig indienen jaaropgave als vergrijp
Appellante werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) beboet wegens het niet tijdig indienen van de jaaropgave over het jaar 2000. De boete bedroeg €4.537, gebaseerd op 10% van de ambtshalve vastgestelde premie, gemaximeerd op f 10.000. Gedaagde kwalificeerde de overtreding als een vergrijp vanwege grove schuld, omdat appellante ondanks meerdere rappellen niet tijdig de opgave had ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het risico van het niet aankomen van de opgave voor rekening van appellante komt. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en stelde vast dat appellante bekend was met de verplichting en geen afdoende verklaring gaf voor de overtreding. De Raad overwoog dat het niet tijdig indienen van de jaaropgave als ernstige nalatigheid geldt en daarmee te wijten is aan grove schuld.
Appellante voerde aan dat de boete niet in verhouding stond tot de ernst van de overtreding en dat er geen sprake was van recidive. Ook stelde zij dat zij de boete niet kon betalen. De Raad verwierp deze grieven, oordeelde dat het boetebesluit voldoende rekening houdt met ernst en verwijtbaarheid, en dat betalingsonmacht niet afdoet aan de verschuldigdheid van de boete. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De boete van €4.537 wegens het niet tijdig indienen van de jaaropgave over 2000 wordt bevestigd.