ECLI:NL:CRVB:2005:AT6794
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over WAZ-uitkering wegens onjuiste toepassing anticumulatie
Appellant, voormalig directeur-grootaandeelhouder, kreeg een WAZ-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Gedaagde paste de anticumulatie toe en betaalde de uitkering alsof appellant 45-55% arbeidsongeschikt was, gebaseerd op een maatmaninkomen exclusief overhevelingstoeslag en een fiscaal loon inclusief deze toeslag.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellant dat de gebruikte bedragen onjuist waren en dat er geen rekening was gehouden met vakantietoeslag. De Raad oordeelde dat de eerste grief niet slaagde, maar de tweede grief wel, omdat de gebruikte inkomens niet vergelijkbaar waren.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat gedaagde een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de juiste vergelijkbare inkomens. Tevens veroordeelde de Raad gedaagde in de proceskosten en bepaalde vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en gedaagde dient een nieuw besluit te nemen met correcte toepassing van de anticumulatiebepaling.