ECLI:NL:CRVB:2005:AT6791
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na slaapincidenten tijdens waakdiensten
Appellant was werkzaam als verpleegkundige in de wijk met waakdiensten van 23.00 tot 07.00 uur. Na klachten van cliënten over slapen tijdens deze diensten heeft de werkgever de arbeidsovereenkomst per 1 februari 2003 beëindigd. Appellant vroeg een WW-uitkering aan, die werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.
De werkgever had appellant op 10 juni 2002 schriftelijk gewaarschuwd na een slaapincident op 6 juni 2002. Desondanks volgden twee nieuwe klachten over slapen tijdens waakdiensten op 29 augustus en 26 september 2002. De Raad achtte appellant verwijtbaar werkloos omdat hij na waarschuwing redelijkerwijs had moeten begrijpen dat herhaling tot ontslag zou leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de vertrouwensrelatie was geschaad. De Raad onderschreef dit oordeel en vond het hoger beroep ongegrond. Er waren geen nieuwe argumenten en de klachten waren duidelijk en gemotiveerd. De Raad wees een vergoeding van proceskosten af en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.