ECLI:NL:CRVB:2005:AT6780
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bij onderaanneming isolatiewerkzaamheden
Appellant, een eenmanszaak actief in isolatie montagewerken, voerde werkzaamheden uit voor een besloten vennootschap in opdracht van AVR Afvalverwerking. De werkzaamheden werden uitgevoerd samen met zijn werknemer en personeel van de besloten vennootschap. De Raad stelde vast dat appellant, net als andere onderaannemers, zich zonder toestemming mocht laten vervangen en dat er geen verplichting tot persoonlijke dienstverrichting bestond.
De rechtbank had het beroep tegen het besluit van 29 april 2003 ongegrond verklaard, maar de Raad vernietigde dit besluit omdat niet aan de voorwaarde van persoonlijke dienstverrichting werd voldaan. Hierdoor was er geen sprake van een privaatrechtelijke dienstbetrekking en dus geen verzekeringsplicht.
De Raad vernietigde tevens het primaire besluit van 24 oktober 2002 en veroordeelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot betaling van de proceskosten en vergoeding van het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de besluiten van het UWV worden vernietigd wegens ontbreken van persoonlijke dienstverrichting.