ECLI:NL:CRVB:2005:AT6768
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor passende functies
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tot intrekking van haar WAO-uitkering per 4 augustus 2002, omdat zij volgens het UWV minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard.
In hoger beroep stelde appellante dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen waren onderschat. De Raad oordeelde echter dat deze stelling niet met medische gegevens was onderbouwd en dat de rapportages van de verzekeringsarts en de orthopedisch chirurg geen aanwijzingen bevatten voor onzorgvuldig onderzoek. Het onderzoek was zorgvuldig uitgevoerd, inclusief het inwinnen van informatie bij de huisarts en een expertise.
De Raad nam het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) in acht bij de functieselectie. De functies die voor appellante geschikt werden geacht, zoals winkelbediende en telefoniste, betroffen vooral zittend werk en waren passend bij haar beperkingen. Het inkomen uit deze functies leidde niet tot een relevant verlies aan verdiencapaciteit. Daarom werd het bestreden besluit bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante geschikt is voor functies zonder relevant verlies aan verdiencapaciteit.