ECLI:NL:CRVB:2005:AT6703
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- H.J. de Mooij
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstandsuitkering wegens niet verschijnen zonder bericht
Appellant ontving een bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Na vaststelling dat appellant in Suriname verbleef, schortte de gemeente Zwijndrecht de uitkering op per 1 januari 2002 en nodigde appellant uit voor een gesprek op 5 februari 2002. Appellant verscheen niet en zonder bericht van verhindering handhaafde de gemeente de opschorting en gaf een herstelmogelijkheid tot 7 februari 2002. Na het uitblijven van reactie trok de gemeente de uitkering per 1 januari 2002 in.
Appellant maakte bezwaar tegen het intrekkingsbesluit van 7 februari 2002, maar de gemeente behandelde dit bezwaarschrift ten onrechte als gericht tegen het opschortingsbesluit van 5 februari 2002. Hierdoor werd niet op het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit beslist, wat in strijd is met artikel 7:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en het besluit van 14 mei 2002. De Raad bepaalt dat de gemeente alsnog een besluit moet nemen op het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit van 7 februari 2002.
Daarnaast veroordeelt de Raad de gemeente tot vergoeding van de proceskosten van appellant en tot terugbetaling van het betaalde griffierecht. Appellant was niet verschenen bij de zitting, maar de Raad oordeelt desondanks in zijn voordeel vanwege de procedurele tekortkomingen van de gemeente.
Uitkomst: Het besluit van 14 mei 2002 wordt vernietigd en de gemeente moet alsnog een besluit nemen op het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit van 7 februari 2002.