ECLI:NL:CRVB:2005:AT6690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- H.J. de Mooij
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting na verzekeringsuitkering brand woonwagen
Appellante ontving sinds februari 2000 een bijstandsuitkering. In januari 2001 brandde haar woonwagen af, waarop zij op 7 maart 2001 een verzekeringsuitkering van f 147.500,-- ontving, gestort op de bankrekening van haar vader. Zij meldde deze uitkering niet aan het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Stein, wat een schending van haar inlichtingenverplichting vormde.
Het College trok daarom haar bijstandsuitkering met ingang van 1 maart 2001 in. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad stelde vast dat de schending van de inlichtingenverplichting niet bestond tot 7 maart 2001, omdat het vermogen toen niet boven de vermogensgrens uitkwam.
De Raad vernietigde het eerdere besluit en bepaalde dat de intrekking van de uitkering met ingang van 7 maart 2001 rechtmatig was. Tevens veroordeelde de Raad het College tot vergoeding van de proceskosten van appellante. De uitspraak benadrukt het belang van correcte vermelding van vermogensbestanddelen bij de aanvraag van bijstandsuitkeringen.
Uitkomst: De bijstandsuitkering van appellante wordt met ingang van 7 maart 2001 ingetrokken wegens het niet melden van een verzekeringsuitkering.