ECLI:NL:CRVB:2005:AT6652
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonhoogte bij overname loonverplichtingen UWV na faillissement werkgever
Gedaagde was als opruimer/sjouwer in dienst en werd arbeidsongeschikt. De werkgever betaalde loon tot december 2000, maar ging failliet in april 2001. Gedaagde vorderde het achterstallige loon vanaf januari 2001, maar de dagvaarding werd niet uitgebracht vanwege het faillissement. Het UWV nam de loonverplichtingen over, maar verwerkte geen CAO-loonstijgingen van januari en maart 2001.
De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV omdat het niet had voldaan aan artikel 7:11 Awb Pro. In hoger beroep betwistte het UWV dit en stelde dat het niet vaststaat dat de werkgever het hogere loon daadwerkelijk zou hebben betaald. De Raad oordeelde dat het UWV het besluit volledig had heroverwogen en dat het CAO-loon, inclusief verhogingen, tot het rechtens geldende loon behoort.
De Raad concludeerde dat het UWV ten onrechte geen rekening hield met de salarisverhogingen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV het CAO-loon inclusief salarisverhogingen moet overnemen en veroordeelt het UWV in de proceskosten.