ECLI:NL:CRVB:2005:AT6641
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Wajong-uitkering wegens verblijf buiten Nederland
Appellante, geboren in 1981, diende in december 1998 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering. Deze werd toegekend met ingang van 16 november 1999, maar geschorst toen zij zonder toestemming naar het buitenland vertrok. Later werd de uitkering ingetrokken omdat zij op Aruba woonde en geen ingezetene van Nederland was.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze intrekking ongegrond en ook in hoger beroep werd dit standpunt bevestigd. De Raad overwoog dat appellante op haar 17e nog ingezetene was, maar dat zij ruim vóór haar 18e verjaardag naar Aruba was vertrokken, waar haar maatschappelijke leven zich inmiddels afspeelde.
Op grond van artikel 17, eerste lid, onder c, van de Wajong eindigt het recht op uitkering wanneer de jonggehandicapte buiten Nederland gaat wonen. De Raad stelde vast dat appellante op Aruba woonde, was ingeschreven en een verblijfsvergunning had. De hardheidsclausule was niet van toepassing omdat deze nog niet in werking was.
De Raad concludeerde dat de intrekking terecht was en dat het beroep niet kon slagen. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend. De uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de Wajong-uitkering wegens verblijf buiten Nederland wordt bevestigd.