ECLI:NL:CRVB:2005:AT6463
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering ANW-uitkering met terugwerkende kracht
De zaak betreft een geschil tussen de Sociale verzekeringsbank (SVB) en een belanghebbende die een nabestaandenuitkering (ANW) en een WAO-uitkering ontvangt. De SVB heeft de ANW-uitkering met terugwerkende kracht herzien vanwege een verhoging van de WAO-uitkering, maar reageerde pas vijftien maanden na melding van de wijziging. De rechtbank had het besluit van de SVB vernietigd omdat zij onvoldoende had onderzocht hoe ingrijpend de terugwerkende herziening was.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het beleid van de SVB, waarbij herziening met terugwerkende kracht wordt beperkt als bijzondere omstandigheden kennelijke onredelijkheid veroorzaken, niet in strijd is met wettelijke regels of algemene rechtsbeginselen zoals het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel. De belanghebbende had kunnen begrijpen dat wijzigingen in haar inkomen invloed hadden op de hoogte van de uitkering.
De Raad stelt echter vast dat de SVB onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de daadwerkelijke ingrijpendheid van de herziening en de mogelijke kennelijke onredelijkheid daarvan. Ook is de belanghebbende niet in de gelegenheid gesteld om omstandigheden aan te dragen die relevant zijn voor deze beoordeling. Daarom bevestigt de Raad het vernietigde besluit van de rechtbank en bepaalt dat de SVB een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen, met inachtneming van deze overwegingen.
Tot slot wordt een recht van € 414,- geheven van de SVB. Er zijn geen proceskosten toegekend omdat deze niet zijn gevorderd of ambtshalve toewijsbaar zijn.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de SVB een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van het beleid rond terugwerkende kracht en kennelijke onredelijkheid.