ECLI:NL:CRVB:2005:AT6406
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling beperkingen huidcontact bij arbeidsongeschiktheid
Gedaagde, werkzaam als steigerbouwer, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%, later herzien naar 35-45% en vervolgens naar 25-35%. Het geschil betrof de vraag of de geselecteerde functies voldoen aan de beperking dat er geen intensief contact met agressieve vloeibare chemicaliën mag plaatsvinden.
De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV omdat de geselecteerde functies intensief huidcontact met stoffen bevatten die mogelijk ongewenste huidreacties veroorzaken, hetgeen niet strookte met de beperkingen van gedaagde. In hoger beroep stelde het UWV dat deze functies geen intensief contact met agressieve vloeibare chemicaliën vereisen, conform het medisch advies.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische en arbeidskundige onderbouwing van het UWV juist is en dat de beperking omtrent huidcontact niet ziet op de materialen in de geselecteerde functies. Tevens werd geoordeeld dat de actualiseringsdata van de functies geen reden geven voor twijfel aan de realiteitswaarde van de schatting. Het bestreden besluit wordt daarmee in stand gehouden en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering blijft in stand.