ECLI:NL:CRVB:2005:AT6402
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering onverschuldigde AAW- en WAO-uitkeringen na vernietiging besluit
Appellant ontving sinds 1988 uitkeringen op grond van de AAW en WAO. Gedaagde (Uwv) vorderde onverschuldigde uitkeringen over 1995 terug via besluiten in 1997 en 2001. De rechtbank vernietigde het terugvorderingsbesluit van 2001 omdat niet was voldaan aan eerdere uitspraken van de Raad, waarna gedaagde een nieuw besluit nam in 2004.
Appellant stelde dat het nieuwe besluit was verjaard en dat de terugvordering onrechtmatig was. De Raad overwoog echter dat de bevoegdheid tot terugvordering binnen de wettelijke termijn was uitgeoefend met het eerste besluit in 1997, en dat een rechterlijke vernietiging niet het recht op terugvordering volledig ongedaan maakt.
De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang, verwierp het beroep tegen het besluit van 19 april 2004 en veroordeelde gedaagde tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee is bevestigd dat nieuwe terugvorderingsbesluiten binnen de wettelijke termijn kunnen worden genomen na vernietiging van eerdere besluiten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nieuwe terugvorderingsbesluit van 19 april 2004 wordt ongegrond verklaard.