ECLI:NL:CRVB:2005:AT6295
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Herroeping terugvordering bijstand wegens erfdeel minderjarige dochter
Appellante ontving sinds 1984 bijstand als alleenstaande ouder. In 2001 werd een erfdeel van haar overleden vader gestort op een geblokkeerde rekening ten name van haar minderjarige dochter. Appellante meldde dit niet aan de gemeente, waarna deze een bedrag terugvorderde wegens onrechtmatige bijstandsontvangst.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde de terugvordering, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Appellante ging in hoger beroep tegen dit oordeel. De Raad stelt vast dat geen intrekkingsbesluit is genomen en dat de terugvordering daarom geen grondslag heeft.
Verder oordeelt de Raad dat appellante door het niet melden de inlichtingenverplichting schond, maar dat dit op zichzelf geen reden is voor terugvordering zonder dat is vastgesteld dat zij redelijkerwijs over het erfdeel kon beschikken.
Omdat de dochter op haar achttiende verjaardag vrij over het erfdeel kon beschikken en appellante daarvoor een machtiging van de kantonrechter nodig had, kon appellante niet redelijkerwijs over het erfdeel beschikken. De Raad vernietigt het bestreden besluit en veroordeelt de gemeente in de proceskosten.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand wordt herroepen omdat appellante niet redelijkerwijs over het erfdeel van haar dochter kon beschikken.