ECLI:NL:CRVB:2005:AT6268
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op kinderbijslag en terugvordering bij gebruik van vervalste internationale postwissels
Appellant maakte bezwaar tegen de weigering en terugvordering van kinderbijslag over de kwartalen van 1998 en 1999, omdat hij niet zou hebben aangetoond voldoende onderhoudsbijdragen te hebben geleverd. De Sociale verzekeringsbank stelde dat appellant vervalste internationale postwissels (IPW’s) gebruikte om onderhoudsbijdragen aan te tonen, wat onderzoek bevestigde.
Appellant werd strafrechtelijk vrijgesproken van fraude met IPW’s, maar de Raad oordeelde dat het bestuursrecht een eigen feitenbeoordeling kent en de vrijspraak niet doorslaggevend is. De Raad achtte de intrekking van kinderbijslag over het derde en vierde kwartaal 1998 terecht vanwege de vervalste IPW’s.
Voor het eerste en tweede kwartaal 1999 oordeelde de Raad echter dat appellant wel recht had op kinderbijslag, omdat er voldoende feitelijke betalingen waren gedaan, ondanks eerdere twijfels. De Raad vernietigde het besluit over deze kwartalen en bepaalde dat de Sociale verzekeringsbank een nieuwe beslissing moet nemen. Tevens werd de Sociale verzekeringsbank veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De intrekking van kinderbijslag over 1998 was terecht, maar voor het eerste en tweede kwartaal 1999 bestaat recht op kinderbijslag en dient een nieuwe beslissing te worden genomen.